Verklarende woordenlijst


Gevelreiniging:

Het reinigen, met de hoge druk of chemische middelen, van gevels.

Hydrofoberen:

Een water werende laag aanbrengen op de gevel na gevelreiniging om zo het doordringen van water te beperken.

Stoomreiniging:

Door middel van een hogedrukreiniger of stoomreiniger stoom creƫren die door het gebruik van een speciale sproeikop gebruikt wordt om gevels te reinigen.

Chemische reiniging:

Door gebruik van een borstel of vernevelaar het chemische product aanbrengen en met een hogedrukreiniger naspoelen van de gevel.

Laser reiniging:

Door het gebruik van intensief licht (Watt) vuil verbranden. Dit wordt gebruikt bij gevelreiniging wanneer er metaalpigmenten zijn toegevoegd aan de stenen.

Muuranker (balanker):

De verbinding van de verdiepingsbalklaag aan de gevel. Voornamelijk gebruikt bij ouder boerderijen en huizen.

Spouwmuur:

Een muur gemaakt om vocht doorslag van buiten naar binnen te voorkomen door tussen het binnen-en buitenblad een open ruimte te houden.

Warmte isolatie-prestatie:

De prestatie die wordt toegekend aan de eigenschappen van de constructies en de materialen om de warmte tussen twee zijden van de constructie tot een minimum te reduceren. In principe de kwaliteit van de thermische energie.

Bouwbesluit:

Alle wetten en bouwtechnieken waaraan alle bouwwerken in Nederland minimaal moeten voldoen. Ook ziekenhuizen, huizen, winkels en kantoren. Ook verbouwingen dienen te voldoen aan deze wetten van het Bouwbesluit.

Luchtspouw:

De isolatie van een gebouw door middel van lucht die ventileert in de spouw of bijvoorbeeld bij dubbel glas.

Voorgevel:

De gevel van een gebouw die aan de straatkant zichtbaar is.

Zijgevel:

De gevel van een gebouw die aan de zijkant zichtbaar is.

Achtergevel:

De gevel van een bepaald gebouw die aan de achterzijde zichtbaar is.

Vliesgevel:

De gevel die voor de eigenlijke draaggevel wordt aangebracht en uit een pui bestaat. De vliesgevel heeft geen enkele draag functie voor het gebouw.